Eigen muziek, eigen verhaal.

Laat ik eens dieper ingaan op mijn liefde voor muziek. Naast deze blogteksten schrijf ik namelijk ook muziek. Zowel het liedschrijven als het componeren van een nummer; ik doe het maar al te graag. Dit ging alleen niet vanzelf. Sterker nog, ik zag het mij zelf totaal niet doen totdat ik aan de muzikantenopleiding begon. Ik was altijd al aan het zingen en ik kon ook wel wat piano spelen maar die krachten bij elkaar gooien, tot het schrijven van eigen liedjes had ik mij nog niet voor gezien. Ik wist al wel dat ik het schrijven van teksten nooit vervelend vond. Ik vond het juist fijn om een groot verslag te mogen schrijven op de middelbare, waar anderen dat verachtten.

Op de muzikantenopleiding had ik een vet gave songwriting-docent die liet zien hoe leuk en bijzonder het is om je eigen verhaal in een eigen nummer te stoppen. In de eerste klas van de opleiding moesten we al veel bezig met het schrijven van eigen liedjes met het bandje wat je destijds werd aangewezen. Eerst vond ik dit wel spannend omdat ik niet te veel van mezelf durfde te laten zien aan de rest van de klas, laat staan in iets gevoeligs als een nummer. Mijn docent liet mij zien hoe je heel neutraal je verhaal kon vertellen, zonder je daar bezwaard of iets dergelijks over te voelen. Ik wilde die aandacht namelijk helemaal niet. En daarbij schreven we de nummers in bandvorm. Dus eigenlijk kwamen mijn eigen verhalen niet direct aan bod, alleen de inspiratie ervan. Nadat ik, samen met het bandje van destijds, twee nummers had geschreven, die niet heel bijzonder waren, wilde ik kijken of ik dat ook in m’n eentje kon. Ik ging achter een piano zitten op school, met een pen en een schriftje, om vervolgens weg te dromen in mijn eigen gedachtes. De nummers die uit deze sessies zijn gekomen heb ik nooit gebruikt omdat ze simpelweg gewoon doodsaai zijn, maar het heeft mij wel geholpen in mijn weg naar songwriter. Mei 2019 schreef ik mijn eerste echte nummer. Dit nummer heet “Open Air” en gaat over de moeilijke tijd waar ik toen in zat. Ik zal verder niet in detail gaan, dat is een verhaal voor een andere keer maar het nummer is wel echt goed. Ik durf inmiddels te zeggen dat ik er trots op ben. En dat is niet niks hoor. Ik kon het nummer pas eind 2019 waarderen. Niet omdat ik het een slecht nummer vond maar omdat ik mijn verhaal voor mezelf wilde houden. Eind 2019, jaar 2 van de opleiding, zat ik in een nieuw bandje. Het heeft even geduurd voordat ik mij hier comfortabel in voelde maar toen ik dat eenmaal deed, stelde ik “Open Air” voor aan de band. De jongens van m’n band vonden het een vet nummer alleen miste het wat.

Een paar weken later moesten we in de band coaching-les een lied schrijven. De docent die ons bij dit vak begeleidde had naar mijn mening een nogal rare manier van les geven. We besloten om “Open Air”, mijn nummer, te spelen voor de hele klas. Ik was, licht uitgedrukt, heel zenuwachtig. Alles ging gelukkig goed. De desbetreffende docent complimenteerde mij op het nummer maar hij wilde dat ik het lied met meer geloof ging zingen. Niet zozeer naar het publiek toe maar vooral naar mezelf. Hij zei: “doe je capuchon op, ga ingezakt staan met je rug naar iedereen toe en zing het nummer dan eens zacht”. Ik vond dit zo raar en durfde het uiteraard niet te doen. Na wat aanmoediging van de band deed ik het. Voor het eerst, ook al had ik dit nummer al 500x gezongen, huilde ik terwijl ik het zong. Ik geloofde mezelf. En het was niet de bedoeling dat ik het nummer nu steeds met capuchon op, ingezakt moest gaan zingen maar het liet mij wel zien dat als je een verhaal wilt overbrengen aan een publiek, je wel eerst je verhaal zelf moet geloven. Vanaf deze les zong ik liedjes heel anders. Ik zong ze op een manier waarvan ik het zelf zou geloven als ik mijn eigen publiek zou zijn.

Januari 2020 hadden wij met de band, die inmiddels best hecht was geworden, een optreden in Zwolle. Natuurlijk speelden wij heel veel lekkere rock maar “Open Air” stond ook in de setlijst. Ik moest na “Fly Away” van Lenny Kravitz ineens in mijn rol duiken. Probeer maar eens. Ook al hadden we de setlijst wel 100x gespeeld, dit had ik nog nooit met zo veel adrenaline gedaan. Met trillende knieën gaf ik een seintje aan gitarist dat hij de akkoorden mocht inzetten. Het licht werd gedimd en het werd voor het eerst op de avond doodstil. Op de een of andere manier hielp dit doordat ik op die manier mijn rust kon pakken. Ik begon met zingen, wat heel gecontroleerd ging. Bij het tweede refrein konden er al wat mensen meezingen. M’n vriend zong het hardste. Ik was al bang dat dit ging gebeuren maar wat was dit fijn zeg. Ik had het namelijk voor me gezien dat áls mensen zouden meezingen, dit heel lomp zou gaan maar eigenlijk werd er heel liefdevol meegezongen. Klinkt suf, I know, maar het gaf een boost aan zelfvertrouwen van jewelste. Oké vooruit, hier een klein stukje tekst van het refrein:

Just a little me-time,
And in the mean time
You can stay nearby,
By my side.

Meer krijg je niet!

We hebben als band dit nummer altijd in het repertoire gehouden tot onze splitsing. We hebben het ook eens opgenomen als schoolopdracht maar ik was niet van plan mijn kindje uit te geven in naam van onze band. Ik wist eigenlijk wel zeker dat ik dit nummer ooit wilde uitbrengen met alleen mijn naam eronder. Omdat ik stopte met de muzikantenopleiding is “Open Air” weer in de kast beland. Hij ligt rustig te wachten op de dag dat ik er iets mee wil doen. Het is trouwens niet zo dat “Open Air” het enige eigen nummer was die we met de band gespeeld hebben. Een nummer dat we gezamenlijk hebben geschreven met de band is “Time”, of “River”, of “Timeless River”. Tja, hier kwamen we niet echt uit. Het was wel echt een heel vet nummer met veel modulaties, tempowisselingen en triolen. Als je geen idee hebt wat deze termen betekenen, stuur ik je graag door naar Google of YouTube want ik ben helaas geen muziektheorie-docent. Het was in ieder geval een nummer die we echt met z’n vieren hadden geschreven met als verhaal dat tijd nooit stopt. Ik denk dat ik kan zeggen dat we echt plezier hadden in het schrijven van dit nummer. Nog zo’n verlaten pareltje is “Blue Skies”. Een nummer met wel zes zinnen maar waar we allemaal helemaal wild op gingen. De gitarist en bassist lagen wel eens op de grond te rollen met hun (bas)gitaar, terwijl ik aan het ronddansen was. We zaten er dan echt helemaal in.

Ik heb “Open Air” na het optreden in januari 2020, nog één keer met de band mogen spelen tijdens een eindoptreden in juni 2020. Dit was ook in Zwolle, in een veel grotere zaal, met een handjevol mensen in het publiek. Dit voelde helemaal niet fijn omdat de mensen die er zaten docenten waren die ons moesten bekritiseren. We hadden denk ik allemaal een raar gevoel bij dit optreden. Het ging ook allemaal zeker niet vlekkeloos maar we maakten er het beste van en door af te sluiten met “Blue Skies”, konden we nog even los gaan. De tijd met deze band heeft mij op zowel professioneel vlak als op persoonlijk vlak veel geleerd. Ik durf meer mezelf te zijn, ook als ik op een podium sta. Nu was het optreden in juni 2020 de laatste keer dat ik op een podium heb gestaan tot op heden. We weten denk ik allemaal wel waarom. Ik baal hier natuurlijk enorm van. Het liefste maak ik elke dag muziek, in een band, om dan elke maand een optreden te geven. Maar dan het liefste wel een band die onder mij staat. Niet voor het één of ander maar ik wil echt mijn eigen verhalen zelf vertellen. Een band moet mij hier in kunnen ondersteunen. Nou, zie dat maar eens te vinden in een pandemie. Ik hoop enorm dat ik zo snel mogelijk weer tussen een gitaar en een basgitaar kan staan met een knal-drumstel achter me. Tot die tijd schrijf ik lekker door. Er liggen inmiddels al een paar nummers stof te happen naast “Open Air”,  die netjes wachten tot de dag daar is. Dus, zangeres nodig? Ik heb genoeg te vertellen…

Please follow and like us: